'Hebt u ook paaseitjes?'
Ze kijkt me aan alsof ze water ziet branden.
'Niet?'
Ze kan nog steeds niets uitbrengen en maakt een heen-en-weer beweging met haar hoofd, waaruit ik aflees dat ik niet hoef te rekenen op paaseitjes begin september. Het water brandt nog steeds.
'Jammer, dan probeer ik het bij het Kruidvat. Misschien zijn die meer bij de tijd. Goedemiddag!'
En ik reken mijn strooigoed, pepernoten, taaitaai, marsepein, speculaaspoppen en suikergoed af en rij het karretje de supermarkt uit.
U bent de eerste.

|